Als je op Curacao komt, zul je hem waarschijnlijk wel zien: de Isla raffinaderij bij Willemstad. Het is een stinkend, onooglijk gedrocht waar je tijdens je vakantie niets mee te maken wilt hebben.
Maar toch is het goed om er iets meer van te weten. Op de plek van de Isla raffinaderij wordt al sinds het begin van de twintigste eeuw ruwe olie uit Venezuela geraffineerd. De raffinaderij was oorspronkelijk van Shell, dat het complex graag wilde bouwen op het stabiele eiland Curacao.
In sommige opzichten was de raffinaderij een zegen voor Curacao. De komst ervan zorgde vooral voor heel veel werkgelegenheid. Maar er waren ook grote nadelen aan verbonden, die vooral gelegen waren op het gebied van milieuverontreiniging.
In 1985 verkocht Shell de raffinaderij voor een symbolisch bedrag aan de Curacaose overheid. Daarbij sprak de oliegigant af dat Curacao het bedrijf nooit aansprakelijk kon stellen voor eventuele milieuschade. De regering van Curacao moest haast wel akkoord gaan met de overname. Als de raffinaderij zou sluiten zou dat grote werkloosheid veroorzaken.
Vandaag de dag wordt de raffinaderij verhuurd aan een Venezolaans bedrijf. Maar er zijn nog steeds grote milieuproblemen! Duizenden mensen op Curacao worden ziek omdat ze te lang in de walmen van de stinkende olieraffinaderij hebben gewoond. En ook al heb je er als toerist maar weinig last van, de raffinaderij is op dit moment gewoon smerig.

Daarom moet er snel wat veranderen. De raffinaderij moet schoner. Het initiatief van GreenTown Curacao, om het hele complex te vervangen door een groene stad, is bijvoorbeeld een fantastisch idee! Ik hoop dat er in ieder geval snel iets positiefs te melden valt.
